woensdag 3 juli 2013

Winter leidde tot meer dan vier weken vertraging


Door de uitzonderlijk lange duur van de voorbije winter heeft meer dan de helft van de aannemers meer dan vier weken vertraging opgelopen. Dat blijkt uit een enquête die de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) zopas bij haar leden heeft afgenomen. Toch zal slechts ongeveer een derde (32%)  tijdens de bouwvakantie doorwerken en dan nog maar gedeeltelijk. Doorwerken tijdens de collectieve bouwvakantie is immers geen evidentie: 33% van de aannemers antwoordt hierover moeilijk tot een afspraak te kunnen komen met de werknemers, 26% vindt de administratie hiervoor te zwaar en 41% doet het niet omdat de leveranciers van grondstoffen en bouwmaterialen gesloten zijn.

 
De enquête van de VCB heeft ongeveer 400 antwoorden opgeleverd. Een zeer ruime meerderheid van de respondenten (87%) had de voorbije winter meer problemen met de uitvoering van werken dan voorgaande jaren. Meer dan de helft van de respondenten (56%) gaf aan door de uitzonderlijk lange winter meer dan vier weken vertraging te hebben opgelopen, 25% stelde drie tot vier weken vertraging te hebben opgelopen. Slechts bij een kleine minderheid van 19% bedroeg de vertraging minder dan drie weken.

 
Minder achterstand door minder opdrachten

De huidige zwakke bouwactiviteit heeft een aantal aannemers in staat gesteld de opgelopen achterstand in te halen. Van de respondenten gaf 31% de afgenomen orderboeken als belangrijkste reden waarom hun werken opnieuw volgens schema verlopen. Daarnaast gaf 26% aan een beroep te hebben gedaan op orderaannemers om de achterstand te beperken. Slechts 5% van de bouwbedrijven heeft de achterstand opgelost met overuren. Overuren uitbetalen betekent een dermate meerkost dat zij de winst op de gepresteerde uren te sterk aantast.

Uiteindelijk zullen slechts 32% van de aannemers tijdens de vakantie doorwerken om de opgelopen achterstand in te halen: 21% voor een deel van de vakantie, 8% voor een deel van het personeel en slechts 3% voor het volledige bedrijf. Daartegenover gaven 68% van de respondenten aan dat zij niet zullen doorwerken tijdens de bouwvakantie.

In 65% van de gevallen stonden opdrachtgevers een verlenging van de uitvoeringstermijn toe maar in 35% van de gevallen niet. Uit de antwoorden is bovendien gebleken dat vooral de overheid zich weinig inschikkelijk toonde en vertragingsboetes toepaste of ermee dreigde. Het bleek ook gemakkelijker verlengingen te krijgen voor lopende dan voor nieuwe contracten. Voor nieuwe contracten verwachten de klanten dat ze tegen de voorziene einddatum worden opgeleverd. Sommige aannemers kregen te maken met annulaties omdat ze de werken niet op tijd konden uitvoeren. Er werd zelfs gedreigd met gerechtelijke stappen.
 
Liquiditeitsproblemen bij 50% van bedrijven

Opnieuw een overgrote meerderheid van de respondenten (81%) stelde dat zij lange tijd niets hebben kunnen factureren door de uitzonderlijk lange winter. De helft van de bedrijven gaf aan hierdoor in liquiditeitsproblemen te zijn geraakt. Want zolang niet kan worden gefactureerd en er geen betalingen binnenkomen, lopen de voorschotten voor de RSZ, de afbetaling van leningen en de vaste kosten gewoon verder door.
 

Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

dinsdag 11 juni 2013

Bijna halvering van gemeentelijke investeringen in wegenwerken

Sector vreest voor verlies van minstens duizend jobs

Op basis van de aanbestedingsberichten waarover de Confederatie Bouw beschikt, blijkt dat het aantal berichten voor gemeentelijke wegenwerken van januari tot eind mei 2013 nog maar ongeveer de helft bedraagt van het aantal berichten in dezelfde periode van vorig jaar en ook toen was er geen sprake van een investeringspiek, in tegenstelling tot vroegere pre-electorale periodes. De Vlaamse Confederatie Bouw en de Vlaamse Wegenbouwers dringen er dan ook bij de nieuwe gemeentebesturen op aan zo snel mogelijk opnieuw in wegen te investeren en hiervoor op korte termijn een meerjarenplan op te stellen.

De toestand van het gemeentelijk wegennet laat te wensen over. De lange winter van het voorjaar van 2013 heeft de slechte toestand ervan nogmaals aangetoond. De slechte staat van het gemeentelijk wegennet creëert gevaarlijke toestanden die tot zware schade aan wagens en tot verkeersongevallen leiden. Er is dus dringend nood aan een jarenlang volgehouden inhaalbeweging om de toestand van het gemeentelijk wegennet te verbeteren.

Toch hebben de gemeenten de laatste jaren geen extra investeringen in wegen verricht. De traditionele investeringspiek vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen is uitgebleven. Bovendien wijst het beperkt aantal aanbestedingen voor gemeentelijke wegenwerken tijdens de eerste vijf maanden van dit jaar op een forse postelectorale achteruitgang.

 De VCB stelt intussen wel vast dat de Vlaamse overheid nu al gedurende enkele jaren 100 miljoen euro per jaar blijft investeren in het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten en een meerjarenprogramma heeft uitgewerkt voor zware investeringen in het structureel onderhoud van auto- en gewestwegen. De Vlaamse overheid is trouwens van plan haar investeringen op dit vlak de komende jaren vol te houden.

Terwijl het Vlaamse investeringsniveau op peil blijft, verschrompelt het investeringsniveau van de gemeenten. Dat gaat onvermijdelijk tot jobverlies leiden. De Vlaamse bouwsector heeft tijdens de laatste twaalf maanden al ongeveer 3.000 jobs verloren. Circa 8% van de tewerkstelling in de Vlaamse bouwsector of ongeveer 10.000 werknemers hebben te maken met de uitvoering van wegenwerken in de strikte zin van het woord, zonder de bijbehorende grond- en rioleringswerken. Als het lage investeringsritme bij de gemeenten doorzet, dreigen bijkomend minstens een duizendtal jobs op de tocht te staan bij de wegenbouwbedrijven.

 De Vlaamse Confederatie Bouw en de Vlaamse Wegenbouwers dringen er bij de gemeentelijke overheden op aan snel van koers te veranderen.

dinsdag 21 mei 2013

VCB vraagt Vlaamse regering winterweer als uitzonderlijk te erkennen

Boetes dreigen wankele financiën van bouwbedrijven te verergeren

Zowel het KMI (Koninklijk Meteorologisch Instituut) als het Fonds voor Bestaanszekerheid van de bouw hebben aangegeven hoe uitzonderlijk streng de voorbije winter is geweest. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) dringt er bij de Vlaamse regering op aan eveneens het uitzonderlijk karakter van de voorbije winter te erkennen en hierover een omzendbrief uit te brengen. De VCB betreurt dat eerste minister Di Rupo een dergelijke omzendbrief heeft geweigerd. De VCB vraagt aan minister-president Kris Peeters wel op de vraag van de sector in te gaan om aldus boetes wegens termijnoverschrijding te vermijden. De recente statistieken van april tonen aan dat het aantal faillissementen in de bouw hoog blijft. Boetes zullen deze situatie nog verergeren.

De winterellende is begonnen omstreeks 11 januari en is met twee korte tussenperiodes van enkele dagen begin februari en begin maart continu blijven voortduren tot begin april.

Het KMI heeft het winterweer tijdens de maanden januari, februari en maart telkens als abnormaal tot zeer abnormaal gekwalificeerd wat betreft het aantal sneeuwdagen: 13 in januari, 11 in februari en 11 in maart. Bovendien heeft het KMI de gemiddelde temperaturen als abnormaal laag gekwalificeerd voor de maanden januari en februari en zelfs als zeer uitzonderlijk laag voor de maand maart.

Het winterweer heeft dan ook bijzonder lang aangehouden. Het aantal winterverletdagen dat het Fonds voor Bestaanszekerheid van de bouw de voorbije winterperiode heeft erkend, is opgelopen van 33 dagen aan de kust tot 42 dagen in Limburg. Dat is naargelang van de regio 11 tot 17 dagen meer dan het gemiddeld aantal dagen tussen 1991 en 2011.

Om te vermijden dat elk bouwbedrijf voor elke opdracht apart moet gaan aantonen dat het deze winter met abnormale weersomstandigheden werd geconfronteerd, vraagt de VCB dat de Vlaamse regering voor haar administratie en instellingen een omzendbrief zou opstellen waarin zij de voorbije winter in het algemeen als uitzonderlijk en abnormaal erkent om op basis daarvan termijnverlengingen toe te staan.

Een dergelijke omzendbrief is voor de aannemers ook dienstig in hun onderhandelingen voor een termijnverlenging met private opdrachtgevers die niet onder de toepassing van de wet op de overheidsopdrachten vallen.

De lang aanslepende winter was nefast voor de financiële situatie van de bouwbedrijven. Hun vaste kosten bleven doorlopen terwijl zij niet konden factureren omdat de bouwplaatsen noodgedwongen stil lagen. Voor grotere bouwbedrijven liepen de extra kosten op tot meer dan 30.000 à 40.000 euro per dag. Daarbovenop komen nu extra kosten om de achterstand in te halen, met name doordat overuren moeten worden uitbetaald. Bovendien kunnen nieuwe projecten pas later van start gaan. In een aantal gevallen zullen de bouwbedrijven ondanks alle inspanningen de werken onmogelijk tijdig kunnen afwerken, waardoor zij geconfronteerd zullen worden met extra boetes.

Dit is met name het geval wanneer de uitvoeringstermijnen worden uitgedrukt in kalenderdagen in plaats van in werkdagen. Een uitvoeringstermijn uitgedrukt in kalenderdagen betekent dat de werken tegen een bepaalde datum klaar moeten zijn. Dit is bij steeds meer werken het geval:  niet alleen bij de uitvoering van werken voor de sociale huisvestingsmaatschappijen maar nu ook voor wegenwerken in het kader van het Minder Hinder Programma en voor de talrijkere PPS-projecten. Wanneer de contractueel vastgelegde datum wordt overschreden, dreigen zware boetes.

Heel wat bouwbedrijven zijn reeds in liquiditeitsproblemen terechtgekomen omwille van de uitzonderlijk lange duur van het winterweer. Intussen houdt het hoge aantal faillissementen in de bouw van begin 2013 nog altijd aan. Voor de volledige Belgische bouw ging het in januari om 196 faillissementen, in februari om 167, in maart om 169 en volgens de pas vrijgegeven cijfers voor april nog eens om 178 faillissementen. Het hoge aantal faillissementen in de bouw is ten dele aan de lang aanslepende winter te wijten. Als nu niet wordt ingegrepen, zullen de gevolgen van de aanslepende winter nog verergeren.

Marc Dillen, directeur-generaal Vlaamse Confederatie Bouw

zondag 12 mei 2013

VCB tegen voorstel van CD&V om woonbonus af te bouwen voor nieuwbouw


CD&V-voorstel biedt geen antwoord op forse groei van bevolking en woonbehoeften

Het recente voorstel van CD&V om de woonbonus enkel nog te behouden voor de aankoop en renovatie van bestaande woningen en voor de oprichting van nieuwe woningen af te bouwen houdt geen rekening met de forse groei van het aantal inwoners en gezinnen en maakt het voor gezinnen nog moeilijker dan nu om een eigen woning te verwerven. Dat zegt de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) in een reactie op de tekst van Innesto, de studiecel van CD&V die het volgende partijcongres voorbereidt. Een verdere krimp van het aanbod aan woningen zal er immers voor zorgen dat niet meer maar net minder mensen in de toekomst nog zullen kunnen genieten van een betaalbare woning.

Op basis van gegevens van het federaal Planbureau zal de bevolking in Vlaanderen tegen 2030 met ongeveer 600.000 gezinnen toenemen. Het beleid mag deze bevolkingsgroei en de impact ervan niet onderschatten. Om deze bevolkingsgroei op te vangen zullen renovatie van bestaande woningen en vervangende nieuwbouw niet volstaan.

De bevolkingsgroei die het Planbureau al langer heeft voorspeld, is intussen werkelijkheid geworden. De laatste jaren is de bevolking inderdaad jaar na naar gaan toenemen. Maar het aantal begonnen gebouwen hield geen gelijke tred met deze bevolkingsaangroei, zoals blijkt uit de bijgevoegde grafiek, en is sedert 2006 zelfs gaan dalen. Als het aantal woongebouwen niet verder kan toenemen terwijl de bevolking fors groeit, krijgen we een steeds grotere schaarste aan woningen en gaan de aangeboden woningen steeds duurder worden. Om wonen betaalbaar te houden moet de overheid volop blijven inzetten op een uitbreiding van het aanbod en dus op de bouw van bijkomende nieuwe woningen.
 
 
Het is positief dat Innesto de woonbonus bevestigt voor bestaande leningen. Maar het voorstel van Innesto om bij de woonbonus voor nieuwe leningen de klemtoon voornamelijk te leggen op de aankoop en renovatie van bestaande woningen is niet verenigbaar met de huidige forse groei van de bevolking. Vlamingen zullen het daardoor moeilijker krijgen om eigenaar te worden van een eigen woning. Nochtans vormt het bezit van een eigen woning voor gezinnen een belangrijke garantie voor een zorgenloze toekomst. Het percentage Vlamingen dat eigenaar is van een eigen woning moet daarom gevrijwaard worden. Dit is alleen mogelijk als de overheid de verruiming van het woonpatrimonium en dus de oprichting van nieuwe woningen blijft ondersteunen.

Bovendien stelt de Nationale Bank in haar conjunctuuranalyses al meer dan een jaar een neergang van de activiteit en van het ondernemersvertrouwen in de bouwsector vast. Een crisis in de bouwsector, zoals die momenteel in Nederland woedt, moeten we zeker vermijden. Een heroriëntering van de woonbonus naar renovatie, zoals de studiecel van CD&V voorstelt, zal de tewerkstelling en economische activiteit in de bouwsector verder onder druk zetten.

De VCB rekent er dan ook op dat over het voorstel van Innesto nog een constructieve dialoog met de sector kan plaatsvinden alvorens het tijdens het partijcongres van CD&V van november definitief wordt goedgekeurd.
 
Voor meer informatie contacteer Marc Dillen, directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

woensdag 24 april 2013

Vlaamse overheden moeten Nederlandse toestanden vermijden


Krimpende Vlaamse bouwmarkt leidt tot 2.000 minder jobs voor bouwarbeiders

In Nederland worden nu minder nieuwe woningen gebouwd dan in België alhoewel Nederland bijna zes miljoen meer inwoners telt. De forse daling van de bouwactiviteit in Nederland drijft steeds meer Nederlandse bouwbedrijven en zelfstandige bouwvakkers naar Vlaanderen. Maar de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) stelt vast dat ook Vlaanderen met een krimpende bouwmarkt wordt geconfronteerd. Het aantal bouwarbeiders is er sedert het najaar van 2012 met ongeveer tweeduizend gedaald. De VCB roept de Vlaamse regering en de gemeenten op fors te blijven investeren, met name in stadsvernieuwing, en tegelijk voluit de particulieren te ondersteunen in de realisatie van hun bouwplannen.

 In Nederland werden in 2006 ongeveer 96.000 vergunningen voor nieuwbouwwoningen toegekend. Dit aantal is in 2012 gedaald tot 37.000. Dit is een daling van 61% in vergelijking met 2006. In België en Vlaanderen was er ook een daling maar de daling bleef gelukkig beperkt tot respectievelijk 23% en 20%. Uiteindelijk werden in België in 2012 meer vergunningen voor nieuwe woningen toegekend dan in Nederland.

 Aantal vergunde nieuwe woningen in België, Vlaanderen en Nederland




Omwille van de diepgaande bouw- en vastgoedcrisis in Nederland zien we niet alleen Nederlandse zelfstandigen maar ook Nederlandse bouwbedrijven naar België afzakken. Dat blijkt ook uit de dossiers die momenteel voorliggen voor de Belgische erkenningscommissie die aannemers erkent voor de uitvoering van overheidsopdrachten. Sinds een paar jaar komen op jaarbasis 30 à 40 erkenningsaanvragen van Nederlandse bedrijven aan bod.

Tot nu toe gingen de aanvragen vooral uit van bedrijven die gespecialiseerd zijn in waterwerken, grondwerken en groenaanleg. Meer recentelijk zijn daar nog aanvragen bijgekomen in andere categorieën, onder meer voor schrijnwerk, elektriciteitswerken, algemene aanneming, wegenbouw, metaalbouw en de aanleg van leidingen en waterzuiveringsinstallaties. Dit wijst erop dat de concurrentie vanuit Nederland zich verder diversifieert.
 
De toegenomen Nederlandse concurrentie komt des te meer ongelegen omdat nu ook de Vlaamse bouwmarkt inkrimpt. Het aantal vergunningen voor nieuwe woningen lag tijdens de tweede helft van 2012 veel lager dan tijdens de eerste helft. De vergunningen die tijdens de tweede helft van 2012 werden toegekend, bepalen het huidige activiteitenniveau in de bouw. Dat dit niveau lager is uitgevallen, blijkt intussen ook uit de evolutie van de tewerkstelling.

In Vlaanderen is de tewerkstelling in de bouw de laatste jaren nog gestegen: sedert 2006 met circa 5.000 voor bouwarbeiders en met circa 5.000 voor bouwbedienden. Maar we merken dat het aantal bouwarbeiders sedert het najaar van 2012 aan het dalen is. Uit de recentste cijfers blijkt dat de daling zich intussen doorzet tijdens het voorjaar van 2013. De laatste maanden telt Vlaanderen ongeveer tweeduizend minder jobs voor bouwarbeiders dan het jaar voordien.

Evolutie van de tewerkstelling in Vlaanderen



 
In Vlaanderen moeten de overheden Nederlandse toestanden vermijden. De Vlaamse overheid blijkt haar investeringsniveau vooralsnog op peil te kunnen houden. Vooral bij de gemeenten vreest de VCB voor een forse achteruitgang van het investeringsniveau in dit postelectorale jaar.

De VCB dringt er daarom bij de Vlaamse overheid en vooral bij de gemeenten op aan de lopende projecten van stadsvernieuwing onverminderd voort te zetten, zo snel mogelijk nieuwe stadsvernieuwingsprojecten op te starten, nog onbebouwde percelen in woonuitbreidingsgebieden maximaal te laten aansnijden voor bijkomende woningen en tegelijk de particulieren te blijven ondersteunen in hun bouwplannen.

 

Marc Dillen

Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

 

donderdag 21 maart 2013

Meer dan honderd hooggeschoolde Nederlanders op zoek naar job in Vlaamse bouw


Tekort aan ingenieurs in Vlaanderen grootst in de bouw

Voor geen enkele ingenieur bestaat een dusdanig tekort op de Vlaamse arbeidsmarkt als voor de ingenieur bouwkunde. Dat blijkt uit recente cijfers van de VDAB. Voor elke werkloze ingenieur bouwkunde staan bijna acht werkgevers in de rij. Maar ongeveer twee maanden geleden heeft de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) in een Nederlands vaktijdschrift gewezen op het tekort aan bouwingenieurs in Vlaanderen. Intussen heeft de VCB al weet van een honderdtal hoger geschoolden uit Nederland die in de Vlaamse bouw op zoek zijn naar een job.

Bij de hoger geschoolde profielen waarvan de VCB weet heeft, gaat het om aanvragen voor jobs zoals burgerlijk ingenieur, projectleider/projectmanager, bouwkundig/civiel ingenieur, projectontwikkelaar, technisch/bouwkundig tekenaar, bouwkundig inspecteur, architect en juridisch adviseur.

De situatie op de Nederlandse bouwarbeidsmarkt is dan ook dramatisch. De nieuwste werkgelegenheidscijfers voor de Nederlandse bouw laten zien dat het banenverlies in de sector daar in een steeds hogere versnelling komt. Waar in 2012 gemiddeld 1.000 banen per maand verloren gingen, schoot dat dit jaar omhoog via 2.895 in januari naar 4.551 in februari. Ook in de Vlaamse bouw is de tewerkstelling nu aan het dalen maar in veel beperktere mate en pas sedert het najaar van 2012.

Jaarlijks heeft de Vlaamse bouw ongeveer 800 hoger geschoolden nodig. Daartegenover staat dat aan de Vlaamse universiteiten en hogescholen per jaar slechts een 100-tal burgerlijke en een 300-tal industriële bouwingenieurs afstuderen. Het tekort is dus van structurele aard en niet louter conjunctureel bepaald. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bij de VDAB voor de ingenieur bouwkunde tegenover 72 werkzoekenden maar liefst 567 vacatures staan.

Nederlandse ingenieurs hebben het voordeel in vergelijking met bijvoorbeeld Poolse en Portugese ingenieurs dat zij de taal niet hoeven te leren en gemakkelijk ingewerkt geraken in de Vlaamse cultuur. Dat moet hun inschakeling in de Vlaamse bouw vergemakkelijken.

maandag 11 maart 2013

Winterverlet in bouw tiental dagen langer dan gemiddeld


Weerverlet kost bouw 10 miljoen euro per dag

In de meeste Vlaamse regio’s en in de Brusselse regio bedroeg het aantal officieel erkende dagen van winterverlet begin maart van dit jaar al 7 tot 11 dagen meer dan gemiddeld over de voorbije twintig jaar. In vergelijking met de iets mildere winter van 2011-2012 loopt de afwijking op tot 10 à 16 dagen. Vermits deze week opnieuw vriesweer heerst, zullen er zeker nog enkele dagen van winterverlet bijkomen. De vaste kosten van de bouwbedrijven lopen ondertussen verder. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) schat de kost voor gans de bouw op 10 miljoen euro per dag.

Een groot aantal bouwbedrijven hebben sinds het begin van dit jaar nauwelijks werken kunnen uitvoeren. De winterellende is begonnen omstreeks 11 januari en is met twee korte tussenperiodes van enkele dagen begin februari en begin maart continu blijven voortduren.

Voor grotere bouwbedrijven lopen de extra kosten op tot meer dan 30.000 à 40.000 euro per dag. Tot de vaste kosten behoren onder meer de afschrijvingen, de intrestlasten, de loonlast voor de bedienden waarvoor geen systeem van tijdelijke werkloosheid omwille van vorst en sneeuw bestaat, de kosten voor de bronbemalingen op de bouwplaats en voor de huur van materieel zoals van torenkranen en stellingen.

Deze extra kosten tasten onvermijdelijk de marges van de bouwbedrijven aan. Die staan omwille van de huidige crisis al zwaar onder druk. De betalingsachterstanden en faillissementen in de bouw zijn nu groter dan ooit.

Bovendien komt door het ongewoon langdurige winterweer de timing van bouwprojecten steeds meer in het gedrang en daardoor dreigen boetes voor niet tijdige uitvoering, met name als de uitvoeringstermijn niet is uitgedrukt in werkdagen maar wel in kalenderdagen, d.w.z. dat de werken tegen een vaste datum moeten beëindigd zijn.

De bouwbedrijven doen dan ook al het mogelijke om toch aan het werk te blijven. Zo kunnen zij ondanks het slechte weer de binnenafwerking van luchtdichte gebouwen blijven uitvoeren.
 
Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

Tabel: aantal winterverletdagen

 
Gemiddeld 1991-2009
2011-2012
2012-2013
Verschil met
vorig jaar
Verschil met gemiddelde
Kust West-Vlaanderen
17
19
24
+ 5
+ 7
Zuidoosten West-Vlaanderen
16
14
24
+ 10
+ 8
Oost-Vlaanderen
16
14
24
+ 10
+ 8
Antwerpen, Mechelen + Waasland
22
19
29
+ 10
+ 7
Limburg en Kempen
28
30
32
+ 2
+ 4
Brussel en Halle-Vilvoorde
20
15
31
+ 16
+ 11
Arrondissement Leuven
21
15
29
+ 14
+ 8