woensdag 9 oktober 2013

Bevolking groeit sneller en woonvoorraad is beperkter dan elders in Europa


VCB dringt in visierapport aan op maatregelen tegen schaarste aan geld, ruimte en tijd

In België neemt de bevolking sneller toe dan in de meeste andere Europese lidstaten. Tegelijk is de beschikbare voorraad aan woningen beperkter dan in andere landen. Van 2010 tot 2030 moeten er alleen al in Vlaanderen meer dan 600.000 woningen bijkomen. Zelfs als er hoger en compacter wordt gebouwd en stads- en dorpskernvernieuwingsprojecten sneller verlopen dan nu, zal het nodig zijn de nog onbebouwde percelen aan te snijden die voor wonen zijn bestemd om het toenemend aantal gezinnen te kunnen opvangen Dat is de boodschap van het visierapport dat de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) vanavond voorstelt in TheEgg in Anderlecht.

Bevolkingsprognoses geven aan dat de Belgische bevolking van 2010 tot 2030 met 12,6% zal stijgen. België behoort daarmee tot de acht Europese landen met een bevolkingsgroei van meer dan 10% (zie kaart in bijlage). In Europa zal de bevolking tijdens die twintig jaar gemiddeld slechts met 4,3% toenemen. De VCB heeft berekend dat alleen al in Vlaanderen van 2010 tot 2030 het aantal gezinnen met 633.000 zal toenemen en er dus evenveel extra woongelegenheden moeten bijkomen. Dit is enerzijds het gevolg van het stijgend aantal inwoners en anderzijds van de almaar kleiner wordende gezinnen.

Bovendien is de beschikbare voorraad aan woningen in België nu al tamelijk krap. In België zijn per duizend inwoners ongeveer 460 woongelegenheden beschikbaar. In Europa ligt het gemiddelde rond de 500 woongelegenheden per duizend inwoners (zie grafiek in bijlage). Het ziet er trouwens niet naar uit dat 2013 op dit vlak veel beterschap zal brengen. Tijdens de eerste helft van dit jaar werden in vergelijking met de eerste helft van 2012 in Vlaanderen ongeveer evenveel nieuwe flats gebouwd maar 14% minder nieuwe huizen.

In het licht van de forse bevolkingsstijging komt het er op aan versneld duurzame en betaalbare woonprojecten te realiseren. Maar het visierapport van de VCB met de titel Tijd, geld & ruimte geeft aan dat zowel geld als tijd en ruimte schaars zijn.

Betaalbaarheid van woningen in het gedrang

Wat betreft het element geld waarschuwt de VCB ervoor dat de betaalbaarheid van woningen binnen afzienbare tijd in het gedrang dreigt te komen. Banken verkorten nu al de looptijd van hypothecaire kredieten tot twintig jaar. Voor gezinnen die erop rekenden over dertig jaar te kunnen lenen, betekent dit een belangrijke meerkost. Bovendien valt te verwachten dat de hypothecaire rente opnieuw gaat stijgen. Daarbovenop komen vanaf 2014 verplichte extra investeringen in energiebesparende ingrepen en in hernieuwbare energie.

De VCB heeft berekend dat de maandelijkse aflossing van een lening van 150.000 euro door deze drie factoren gaat toenemen van ongeveer 750 tot 1.000 euro. Volgens berekeningen van de VCB kunnen circa 70% van de Vlaamse gezinnen een maandelijkse aflossing van 750 euro aan. Maar slechts ongeveer 55% kunnen lenen met een maandelijkse aflossing van 1.000 euro (zie grafiek in bijlage). Woningen dreigen niet alleen onbetaalbaar te worden voor de minst bemiddelde gezinnen maar ook voor de middenklasgezinnen. Nu bouwen is dan ook de boodschap vermits de rentevoet momenteel nog relatief laag is en de energieverplichtingen nog minder streng zijn.

Maar bij elke toekomstige verhoging van de leninglast dreigt een groter aantal kandidaat-bouwers af te haken. Om dit tegen te gaan zijn een mix van maatregelen nodig. Banken moeten de duur van de hypothecaire leningen in overeenstemming brengen met de terugverdieneffecten op lange termijn van investeringen in duurzaamheid. Die eindigen evenmin na 20 jaar. Om specifiek gezinnen met een matig inkomen in staat te stellen met de bouw van een eigen duurzame woning te beginnen moet de overheid hun een aanzienlijke premie geven. Zoniet wordt de drempel voor hen te hoog. Voorts moet de Vlaamse regering de verzekering gewaarborgd wonen promoten. Die stelt kandidaat-bouwers gerust dat zij de lening kunnen blijven terugbetalen bij onvrijwillige werkloosheid.

Ruimte voor wonen optimaal benutten

In tegenstelling tot wat vaak wordt voorgespiegeld is Vlaanderen niet volgebouwd. Dat kan ook niet want volgens de gewestplannen is slechts 16,5% van de Vlaamse oppervlakte voor wonen bestemd. De VCB pleit trouwens niet voor een uitbreiding van de oppervlakte die voor wonen is bestemd. De VCB vraagt wel dat deze oppervlakte optimaal wordt benut.

Dit betekent een viervoudige strategie:

·       Dankzij stads- en dorpskernvernieuwing komen er de laatste jaren heel wat woningen bij. Vaak worden dan onderbenutte overheidsgronden geactiveerd via PPS (publiek-private samenwerking). De bevolkingsgroei is echter zo sterk dat de in 2013 aangetreden gemeentebesturen naast de lopende projecten nu al aan nieuwe projecten zouden moeten werken.

·       Ongeveer 46% van de Vlaamse woningen telt amper één bouwlaag. Bij renovatiewerken en vervangende nieuwbouw moet het mogelijk worden het aantal bouwlagen te verhogen. We betreuren in dit verband dat sommige steden hier op de rem gaan staan en bijvoorbeeld in bepaalde wijken appartementsbouw verbieden.

·       De laatste jaren worden in de grotere Vlaamse steden opnieuw woontorens opgericht, met name bij rivieren, havens, parken en verkeersknooppunten. Die evolutie moet onverminderd worden voortgezet.

·       Maar zelfs in het uiterst gunstige scenario van meer woontorens, van een versnelde stadsvernieuwing en van een verhoogd ritme van renovaties en vervangende nieuwbouw zal het nog altijd nodig blijven onbebouwde bouwgronden aan te snijden, ook in de woonuitbreidingsgebieden die tot de 16,5% voor wonen bestemde oppervlakte behoren (zie grafiek in bijlage).

Steun voor sector met groeipotentieel

De bouw heeft wel degelijk groeipotentieel. Het is opvallend dat bij de Trends Gazellen 2013 de bouw het grootste aandeel snel groeiende gazellen opleverde met een aandeel van ongeveer 17%, veel meer dan bijvoorbeeld elektriciteit en ICT. Trends baseerde zich hiervoor op de bedrijfsresultaten van 2007 tot 2011. Bouwbedrijven innoveren ook veel meer dan voorheen. In 2010 antwoordden 43% van de bouwbedrijven op een enquête van de VCB dat zij aan innovatie deden. Op een tweede enquête in 2013 antwoordde 63% positief op de vraag of zij aan innovatie deden.

In haar visierapport pleit de VCB dan ook voor een Vlaamse regering die de groei in de bouwsector verder ondersteunt:

·       die een woonbeleid voert waardoor alle Vlamingen een eerste woning kunnen verwerven en niet alleen een sociaal woonbeleid en die dus de woonbonus behoudt voor al wie een woning bouwt en renoveert;

·       die erop toeziet dat gemeenten dichtere, compactere en hogere bebouwing toestaan zodat de woningbouw opnieuw gelijke tred houdt met de bevolkingsgroei en deze evolutie continu opvolgt via een monitoringsysteem op Vlaams niveau;

·       die tegelijk woonmogelijkheden blijft creëren in de woonuitbreidingsgebieden;

·       die open staat voor innovatieve oplossingen om op watergevoelige gebieden toch nog te mogen bouwen;

·       die niet alleen voor publieke werken maar ook voor private projecten de vergunningsprocedures versoepelt;

·       die banken ertoe aanzet hun huidige terughoudendheid op het vlak van hypothecaire kredieten te verlaten, rekening houdend met de terugverdieneffecten op lange termijn van duurzame woningen;

·       die naast nieuwbouw ook volop de renovatie van woningen en vervangende nieuwbouw stimuleert waardoor het bestaand woningpatrimonium tegen een ritme van 2,5% per jaar zal worden vernieuwd in plaats van tegen 1% nu.

Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw




maandag 7 oktober 2013

Nu bouwen loont


Ook duurzame woningen blijven betaalbaar mits juiste keuzes

Morgen openen te Gent de deuren van de bis-beurs, de grootste bouwbeurs van Vlaanderen. Naar aanleiding van deze beurs raadt de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) kandidaat-bouwers en -verbouwers aan hun bouwplannen niet langer uit te stellen. Een woning is nog altijd betaalbaar. Zeker nog dit en volgend jaar zal de woonbonus de woningbouw blijven ondersteunen en de hypothecaire rente ligt vooralsnog op een historisch laag niveau. Als de bouwer of verbouwer dan slim omgaat met de huidige en nieuwe eisen op het vlak van energiezuinigheid en hernieuwbare energie kan hij de meerkost hiervoor tot een minimum beperken.

De VCB heeft voor kandidaat-bouwers en -verbouwers een aantal concrete tips uitgewerkt die hen in staat moeten stellen een betaalbare woning te verwerven.

Kies het juiste E-peil

Hebt u bouwplannen? Denk dan goed na welk E-peil u wil behalen. Als u uw vergunning nog dit jaar indient, kan u nog bouwen met een E70-peil en bent u nog niet verplicht om te voorzien in hernieuwbare energie. Vraagt u de bouwvergunning pas volgend jaar aan, dan bent u hier wel toe verplicht en mag de woning maximaal een E60-peil hebben.

Tegen 2021 daalt het maximale E-peil geleidelijk naar E30. Als u de extra investering van een zeer energiezuinige woning financieel aankan, raden we u aan om te bouwen volgens de toekomstige energie-eisen. Dit zorgt voor een lager energieverbruik en een grotere waardevastheid van de woning. Laat uw budget dat niet toe, zorg er dan in elk geval voor dat de woningschil zo goed mogelijk geïsoleerd is. De schil is het meest duurzame deel van de woning en kan decennia lang dienst doen. Zorg er tegelijkertijd voor dat u in uw ontwerp de mogelijkheid hebt om later nog te voorzien in installaties van hernieuwbare energie.

Onderhandel uw hypotheeklening

De hypotheekrente mag dan wel de laatste maanden een stijgende trend vertonen, de rente blijft op een historisch laag niveau. Vooral voor leningen met kortere looptijden blijven de voorwaarden heel voordelig. Het is dan ook verstandig om zo snel mogelijk de rentevoet waartegen u zal kunnen ontlenen, vast te zetten. Zodra de aanvraag gebeurd is, vermijdt u het mogelijke risico op rentestijgingen.

Geef uw bankier bij de bouw van een energiezuinige woning duidelijk mee dat deze woning waardevast zal zijn en dat u daardoor op termijn minder afhankelijk zal zijn van stijgende energieprijzen. Wijs uw bankier ook op de mogelijkheid om een gratis verzekering gewaarborgd wonen aan te gaan. Dit helpt u de lening af te betalen voor het geval u onvrijwillig werkloos zou worden.

Bespreek met uw bankier ook de fiscale voordelen, zoals bijvoorbeeld de woonbonus. Minister-president Kris Peeters bevestigde dat de woonbonus voor bestaande leningen en voor leningen afgesloten voor 2015 behouden blijft. Dit geeft u de zekerheid dat als u binnenkort uw bouwproject start, u niet voor ongewenste fiscale verrassingen zal komen te staan.

Hou rekening met de maandelijkse energielasten

De extra investering in energiezuinigheid kan terugverdiend worden door een lagere energiefactuur. Als u nu in een minder goed geïsoleerde woning woont, dan kan dit een belangrijk verschil maken. Een vergelijking tussen uw huidige energiefactuur en de verwachte energiefactuur in uw toekomstige woning kan u een idee geven van de mogelijke besparingen. Op de Bis-beurs kan u de verschillende mogelijke bouwconcepten gemakkelijk vergelijken.

Denk duurzaam

Maak bij het finale concept de juiste keuzes. Zorg er in een eerste instantie voor dat de constructie voldoende duurzaam is. De uitrusting van de keuken kan later nog worden uitgebreid maar de ruwbouw is op langere termijn minder gemakkelijk te wijzigen. Duurzaamheid gaat bovendien verder dan energiezuinigheid. Ook de wijze waarop u met regenwater omgaat is van belang: gebruikt u regenwater enkel in de tuin, spoelt u er ook de toiletten mee of doet u er zelfs de was mee?

Gewapend met deze tips kan de kandidaat-bouwer en -verbouwer een duurzame, energiezuinige en tegelijk betaalbare woning uitdenken en bouwen. De bouwspecialisten waarop hij hiervoor een beroep kan doen, staan op www.ikzoekeenvakman.be.

Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

woensdag 11 september 2013

Nieuw nationaal stadion

Kans op langdurige tewerkstelling – als de overheid nu krachtdadig handelt
Er is een politiek akkoord over een nieuw nationaal voetbalstadion in Brussel. De Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) juicht de beslissing toe, maar nu moet er snel werk gemaakt worden van de concrete realisatie.

De komst van het nieuwe stadion is een positief signaal, nu de bouw het economisch gezien niet gemakkelijk heeft. De werken die gepaard gaan met grote infrastructuurprojecten zorgen voor bouwbanen in eigen land, stelt Marc Dillen (directeur-generaal VCB).

Marc Dillen: “Bovendien zal het nieuwe stadion de aantrekkingskracht en de uitstraling van Brussel verhogen. Onze bouwbedrijven hebben de technische en organisatorische expertise in huis om een stadion op internationaal niveau op te trekken. De VCB verwacht nu dat de verschillende overheden in ons land het niet laten bij dit politieke akkoord, maar zo snel mogelijk in actie komen.”

Het nieuwe stadion zal niet alleen de bouw ten goede komen, maar ook langdurige tewerkstelling in andere sectoren creëren, verbonden met de evenementen die er plaats hebben. De Belgische Voetbalbond heeft al aangekondigd dat ze zich officieel kandidaat zal stellen bij de EUFA om met Brussel speelstad te worden tijdens het EK Voetbal in 2020.

Marc Dillen
Vlaamse Confederatie Bouw

Arrest van Grondwettelijk Hof


Anomalie in regelgeving brengt herstel van bouwsector opnieuw in gevaar.
Het Grondwettelijk Hof heeft een initiatief nietig verklaard waarmee de Vlaamse regering de procedure voor grote projecten wilde versoepelen. Daardoor staan tientallen grote Vlaamse investeringsprojecten op de helling. Voor de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) is de negatieve impact overduidelijk, niet alleen op reeds goedgekeurde bouwprojecten maar ook op de werkgelegenheid in de bouw. De VCB vraagt dat de Vlaamse regering de anomalie in de wetgeving onmiddellijk rechttrekt, en de gepaste maatregelen neemt. Anders komt de continuïteit in de bouwsector in het gedrang.

Het arrest van het Grondwettelijk Hof is een nieuwe klap voor de bouwsector in tijden van economische recessie. Zowel het aantal vergunningen voor nieuwbouw als voor renovatie zijn de eerste vijf maanden van dit jaar gedaald in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Bovendien nam het aantal aanvragen voor hypotheken voor nieuwbouw met 10 tot 15 % af. Het huidige vernietigingsarrest riskeert nu veel investeringsprojecten - grote, maar ook kleine - te doen verzanden. Het is bijkomende nefaste ontwikkeling die de heropleving van de bouw in de weg staat.

Onmiddellijk handelen
Volgens Marc Dillen (directeur-generaal VCB) moet de Vlaamse regering de politieke moed opbrengen om dit probleem snel en voor altijd uit de weg te ruimen.

Marc Dillen: “Deze anomalie in de wetgeving moet rechtgetrokken worden. We vragen met aandrang dat de Vlaamse regering adequate, structurele maatregelen neemt, zodat de continuïteit in de bouwsector steeds kan worden gegarandeerd. Stedenbouwkundige procedures - zowel de rapportering van milieueffecten (MER) als ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUP) - vormen de grondslag in de bouwsector. Zij moeten beter en adequater bewaakt worden. Wanneer er fouten dreigen te ontstaan die een rechtstreekse impact zullen hebben op de algemene economie, dan moet de regering deze zonder dralen aanpakken.”
 
Overdreven?
Men kan zich afvragen of het Hof niet overdrijft met dit arrest. Het idee erachter is dat belanghebbenden in grote projecten onvoldoende geïnformeerd worden als er geen melding gedaan wordt in de geschreven pers (zie ook hieronder). Maar tegenwoordig verlopen informatiestromen in zeer hoge mate elektronisch en digitaal. Men kan wel degelijk kennis nemen van een elektronische aankondiging. Deze zou dus moeten volstaan. Nu komen talrijke vergunningen gebaseerd op uitvoeringsplannen op de helling te staan. Een hele reeks RUP’s en MER’s goedgekeurd sinds 2009 kunnen worden aangevochten op basis van dit arrest en dit heeft consequenties voor tientallen grote en kleine bouwprojecten.

Waarover gaat het precies?
De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO) maakt sinds 2008 een onderscheid tussen algemene stedenbouwkundige procedures en een snellere “integratiespoorprocedure”. In dit laatste geval is publieke consultatie soepeler. Een elektronische of digitale melding volstaat.

Maar de Raad van State oordeelde in 2011 dat dit onderscheid een schending was van het gelijkheidsbeginsel. Het was de reden waarom de Raad een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) schorste. Daarom werd een valideringsbepaling toegevoegd in 2012 aan de VCRO. Deze stelde dat dat de aangehaalde ongelijke behandeling niet opweegt tegen de ernstige gevolgen die een effectieve of potentiële nietigverklaring van RUP’s of MER’s heeft op het ruimtelijk beleid, de openbare rust en het economische klimaat. Het Grondwettelijk Hof heeft nu onlangs deze valideringsbepaling vernietigd.

Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

maandag 8 juli 2013

Vooral ondernemingen zonder personeel werken door tijdens bouwvakantie


Vooral ondernemingen zonder personeel werken door tijdens de bouwvakantie om de achterstand in te halen die is ontstaan door de uitzonderlijk lange winter van begin 2013. Dat is gebleken uit een recente enquête van de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) bij haar leden. Slechts 15% van de ondernemingen zonder personeel stopt met werken tijdens de bouwvakantie. 85% van deze bedrijven werkt door.

Vooral bij ondernemingen van 6 tot 10 werknemers ligt het doorwerken tijdens de bouwvakantie moeilijk: van deze bedrijven werkt 81% niet door en slechts 19% werkt dus wel door. Bij grotere bedrijven met meer dan 10 werknemers werkt een derde door. Bij de kleinere bedrijven met 1 tot 5 werknemers werkt ook een derde door.

De zeer kleine bouwbedrijven zijn niet of minder afhankelijk van de werknemers om door te werken en kunnen dus vrijer kiezen. De grotere bedrijven hebben voldoende schaal om met de bijbehorende administratieve verplichtingen om te gaan.

Middelgrote ondernemingen geven als voornaamste reden om niet door te werken dat er geen akkoord met de werknemers mogelijk is. De grotere bedrijven verwijzen als reden om te sluiten vooral naar het feit dat de leveranciers gesloten zijn.

De sectoren die het meest last hadden van de lange winter, waren de dakdekkersbedrijven en de ruwbouwondernemingen die niet-residentiële en woongebouwen oprichten. Bij deze bedrijven liep ongeveer twee derde door de uitzonderlijk lange winter een vertraging van vier of meer weken op.

Opvallend was nog dat aannemers stellen dat private opdrachtgevers vaker een verlenging van de termijnen toestaan dan overheden. Wie vooral voor private opdrachtgevers werkte, kon bij 64% van de opdrachtgevers een termijnverlenging krijgen. Wie vooral voor de overheid werkte, kreeg maar bij 46% van de opdrachtgevers een termijnverlenging. De VCB vraagt dat ook de overheden zich op de vlak soepeler zouden opstellen.
 
Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

woensdag 3 juli 2013

Winter leidde tot meer dan vier weken vertraging


Door de uitzonderlijk lange duur van de voorbije winter heeft meer dan de helft van de aannemers meer dan vier weken vertraging opgelopen. Dat blijkt uit een enquête die de Vlaamse Confederatie Bouw (VCB) zopas bij haar leden heeft afgenomen. Toch zal slechts ongeveer een derde (32%)  tijdens de bouwvakantie doorwerken en dan nog maar gedeeltelijk. Doorwerken tijdens de collectieve bouwvakantie is immers geen evidentie: 33% van de aannemers antwoordt hierover moeilijk tot een afspraak te kunnen komen met de werknemers, 26% vindt de administratie hiervoor te zwaar en 41% doet het niet omdat de leveranciers van grondstoffen en bouwmaterialen gesloten zijn.

 
De enquête van de VCB heeft ongeveer 400 antwoorden opgeleverd. Een zeer ruime meerderheid van de respondenten (87%) had de voorbije winter meer problemen met de uitvoering van werken dan voorgaande jaren. Meer dan de helft van de respondenten (56%) gaf aan door de uitzonderlijk lange winter meer dan vier weken vertraging te hebben opgelopen, 25% stelde drie tot vier weken vertraging te hebben opgelopen. Slechts bij een kleine minderheid van 19% bedroeg de vertraging minder dan drie weken.

 
Minder achterstand door minder opdrachten

De huidige zwakke bouwactiviteit heeft een aantal aannemers in staat gesteld de opgelopen achterstand in te halen. Van de respondenten gaf 31% de afgenomen orderboeken als belangrijkste reden waarom hun werken opnieuw volgens schema verlopen. Daarnaast gaf 26% aan een beroep te hebben gedaan op orderaannemers om de achterstand te beperken. Slechts 5% van de bouwbedrijven heeft de achterstand opgelost met overuren. Overuren uitbetalen betekent een dermate meerkost dat zij de winst op de gepresteerde uren te sterk aantast.

Uiteindelijk zullen slechts 32% van de aannemers tijdens de vakantie doorwerken om de opgelopen achterstand in te halen: 21% voor een deel van de vakantie, 8% voor een deel van het personeel en slechts 3% voor het volledige bedrijf. Daartegenover gaven 68% van de respondenten aan dat zij niet zullen doorwerken tijdens de bouwvakantie.

In 65% van de gevallen stonden opdrachtgevers een verlenging van de uitvoeringstermijn toe maar in 35% van de gevallen niet. Uit de antwoorden is bovendien gebleken dat vooral de overheid zich weinig inschikkelijk toonde en vertragingsboetes toepaste of ermee dreigde. Het bleek ook gemakkelijker verlengingen te krijgen voor lopende dan voor nieuwe contracten. Voor nieuwe contracten verwachten de klanten dat ze tegen de voorziene einddatum worden opgeleverd. Sommige aannemers kregen te maken met annulaties omdat ze de werken niet op tijd konden uitvoeren. Er werd zelfs gedreigd met gerechtelijke stappen.
 
Liquiditeitsproblemen bij 50% van bedrijven

Opnieuw een overgrote meerderheid van de respondenten (81%) stelde dat zij lange tijd niets hebben kunnen factureren door de uitzonderlijk lange winter. De helft van de bedrijven gaf aan hierdoor in liquiditeitsproblemen te zijn geraakt. Want zolang niet kan worden gefactureerd en er geen betalingen binnenkomen, lopen de voorschotten voor de RSZ, de afbetaling van leningen en de vaste kosten gewoon verder door.
 

Marc Dillen
Directeur-generaal van de Vlaamse Confederatie Bouw

dinsdag 11 juni 2013

Bijna halvering van gemeentelijke investeringen in wegenwerken

Sector vreest voor verlies van minstens duizend jobs

Op basis van de aanbestedingsberichten waarover de Confederatie Bouw beschikt, blijkt dat het aantal berichten voor gemeentelijke wegenwerken van januari tot eind mei 2013 nog maar ongeveer de helft bedraagt van het aantal berichten in dezelfde periode van vorig jaar en ook toen was er geen sprake van een investeringspiek, in tegenstelling tot vroegere pre-electorale periodes. De Vlaamse Confederatie Bouw en de Vlaamse Wegenbouwers dringen er dan ook bij de nieuwe gemeentebesturen op aan zo snel mogelijk opnieuw in wegen te investeren en hiervoor op korte termijn een meerjarenplan op te stellen.

De toestand van het gemeentelijk wegennet laat te wensen over. De lange winter van het voorjaar van 2013 heeft de slechte toestand ervan nogmaals aangetoond. De slechte staat van het gemeentelijk wegennet creëert gevaarlijke toestanden die tot zware schade aan wagens en tot verkeersongevallen leiden. Er is dus dringend nood aan een jarenlang volgehouden inhaalbeweging om de toestand van het gemeentelijk wegennet te verbeteren.

Toch hebben de gemeenten de laatste jaren geen extra investeringen in wegen verricht. De traditionele investeringspiek vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen is uitgebleven. Bovendien wijst het beperkt aantal aanbestedingen voor gemeentelijke wegenwerken tijdens de eerste vijf maanden van dit jaar op een forse postelectorale achteruitgang.

 De VCB stelt intussen wel vast dat de Vlaamse overheid nu al gedurende enkele jaren 100 miljoen euro per jaar blijft investeren in het wegwerken van gevaarlijke verkeerspunten en een meerjarenprogramma heeft uitgewerkt voor zware investeringen in het structureel onderhoud van auto- en gewestwegen. De Vlaamse overheid is trouwens van plan haar investeringen op dit vlak de komende jaren vol te houden.

Terwijl het Vlaamse investeringsniveau op peil blijft, verschrompelt het investeringsniveau van de gemeenten. Dat gaat onvermijdelijk tot jobverlies leiden. De Vlaamse bouwsector heeft tijdens de laatste twaalf maanden al ongeveer 3.000 jobs verloren. Circa 8% van de tewerkstelling in de Vlaamse bouwsector of ongeveer 10.000 werknemers hebben te maken met de uitvoering van wegenwerken in de strikte zin van het woord, zonder de bijbehorende grond- en rioleringswerken. Als het lage investeringsritme bij de gemeenten doorzet, dreigen bijkomend minstens een duizendtal jobs op de tocht te staan bij de wegenbouwbedrijven.

 De Vlaamse Confederatie Bouw en de Vlaamse Wegenbouwers dringen er bij de gemeentelijke overheden op aan snel van koers te veranderen.